De katholieke emancipatie in Batenburg.

“In dat jaar (1881) werd een Huis betrokken in het dorpje Batenburg aan de Maas in het Gel-derse. De pastoor heeft jaren moeten wachten ! In 1876 schreef hij al over zijn bouwplannen: een gesticht, een school en liefst een pensionaat !”. Aldus staat geschreven in een boek dat door de zustercongregatie van JMJ in 1957 werd uitgegeven . Daarin wordt verder verhaald dat het hoofdbestuur van de orde ondanks bezwaren toch zwichtte voor de aandrang van de pastoor en toestemde in het sturen van zusters mits hij zelf voor het gebouw zou zorgen.
Niet toevallig had de Batenburgse pastoor J. Kroonen zijn verzoek aan de zusters gericht in het jaar 1876. De rijke boer Jan Steeg, die een jaar eerder, vlak voor zijn overlijden, al een nieuwe kerk en een armenfonds financierde, had ook nog een aanzienlijke som geld achter-gelaten voor de bouw van een klooster van waaruit katholiek onderwijs kon worden gegeven. De pastoor, die aldus al een gebouw “op zak” had, was op zoek naar bevoegd onderwijsper-soneel en hij hoopte dat bij de zusters van JMJ te vinden.
Vijf jaar later kwam het klooster met school en pensionaat er echt, onder de naam Sint Jans-ge¬sticht, of ook wel Liefdegesticht. De eerste steen werd gelegd op 24 juni 1880, de patroon dag van zowel pastoor Kroonen als van de schenker Jan Steeg. Nu nog herinnert een oude gevelsteen, ingemetseld in de nieuwbouw bij Grootestraat 21, aan die heuglijke gebeurtenis. Het gebouw werd een jaar later geopend. Deze dag was ongetwij¬feld het hoogtepunt in de wederopstanding van de katholieke parochie van Batenburg. Het splinternieuwe klooster an-nex schoolgebouw werd op 8 augustus 1881 ingezegend door de bisschop van den Bosch op dezelfde dag dat de nieuwe Sint Victorkerk, waarvan de interne decoratie pas toen helemaal klaar was, door hem plechtig werd geconsacreerd. Het was dan ook een grote gebeurtenis waarbij monseigneur Godschalk feestelijk met de fanfare werd binnengehaald vanaf het Appelternse veer. De Gelderlander deed er twee dagen later ver¬slag van .

Batenburg groeide in de eerste helft van de 19e eeuw tot ruim boven de 700 inwoners. Dat had ook gevolgen voor de openbare school. De enige onderwijzer had in 1866 111 leerlingen in zijn klas. Daarvan betaalden er 52 schoolgeld en genoten de andere 59 kosteloos onder-wijs. Geld voor een hulponderwijzer was er volgens de gemeenteraad niet, terwijl iedereen begreep, dat de schoolmeester het met een zo grote kinderschare niet aankon. Besloten werd daarom op de gemeentelijke school geen kinderen van vijf jaar meer toe te laten . Dat was natuurlijk geen oplos¬sing die het belang van de kinderen en de gemeen¬schap diende.

Toen een paar jaar later in Batenburg de nieuwe pastoor Kroonen aantrad ging er echter een frisse wind waaien in het oude stadje. Kroonen moet een talentvol organisator zijn geweest en een gedreven vertegenwoordiger van de katholieke emancipatiebeweging. Hij legde zich niet neer bij de staat van armoede en onge¬letterdheid van zijn parochianen, maar nam zich vast voor zijn kudde te laten meedelen in het nieuwe elan van zijn kerk. Hij vond in het nabije Lienden, een buurtschap bij Batenburg, als bondgenoten de schatrijke ongehuwde landbouwer Jan Steeg en diens zeer godsvruchtige moeder de weduwe Geertrui Smits . De vriendschap die tussen deze mensen moet zijn gegroeid leverde de katholieke pa¬rochie geen windeieren. De vrome moeder en haar zoon financierden een RK-armenfonds en een nieuwe kerk. Alsof dat nog niet genoeg was beloofde Jan Steeg, vlak voor zijn vroege dood in december 1875, ook nog een klooster te zullen bouwen waarin een katholieke meisjesschool kon worden opgericht. De pastoor wendde zich daarom kort daarna tot de overste van de zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Josef, kort ge¬zegd de JMJ-zusters, met het verzoek religieus onderwijspersoneel voor de op te richten school te leveren. Dit was in die tijd geen vreemd verzoek. Kloostercongregaties groeiden als kool en JMJ was uitdrukkelijk opgericht om onderwijs mogelijk te maken aan arme kinderen, met name meisjes. Een parochie die de accommodatie beschikbaar kon stellen voor een klooster en een meisjesschool maakte daarom een goede kans vanuit de JMJ-congregatie personeel te krij-gen.

Nu was katholiek onderwijs al decennia een heet hangijzer in Batenburg. Sinds de inlijving van Maas en Waal bij de protestante Republiek in 1600 mocht er in Batenburg alleen nog protestant onderwijs worden gegeven. De vrijheid die de Franse tijd (1795-1813) beloofde was hier uitgebleven. In het na die tijd opgerichte Koninkrijk der Nederlanden was wel bij wet geregeld dat de onderwijzers in de openbare scholen de godsdienstige richting van de meerderheid der bevolking moesten vertegenwoordigen. Maar het was in Batenburg niet ge-lukt het alleenrecht om de onderwijzers te benoemen weg te halen bij de protestante kas-teelheer. Het gevolg was dat de voor meer dan tachtig procent katholieke bevolking tot hal-verwege de negentiende eeuw moest accepteren dat op de openbare school protestante on-derwijzers stonden. Dat leidde met regelmaat tot een felle machtsstrijd in het verder zo rusti-ge stadje. De kleine protestante bovenlaag wilde koste wat kost het protestante onder¬wijs in stand houden, terwijl de katholieke meerderheid het wettelijk recht claimde de onder¬wijzer te benoemen op de gemeentelijke school. Toen die claim in 1853 eindelijk werd ge¬honoreerd richtten de protestanten meteen hun eigen school op . Zo kwam het dat de ge¬meente in de zestiger jaren van die eeuw geen geld had voor een hulponderwijzer. Het meer welvarende, protestante deel van de gemeentenaren, was niet bereid meer belasting te betalen voor de drukbezochte openbare school onder katholieke leiding. De protestanten betaalden immers hun eigen school al uit eigen zak. Pastoor Kroonen zag in het aantrekken van religieus per-soneel een mogelijkheid om deze voor de katholieke emancipatie zo belem¬merende impasse te doorbreken en vond in Jan Steeg een financier voor zijn plan. De zus¬terschool zou de zorg op zich nemen voor het onderwijs aan de meisjes, zodat de onderwij¬zer van de ge-meenteschool een hanteerbare klas met evenveel jongens overhield. Boven¬dien zouden ook de kinderen van 5 jaar, van beiderlei kunne, bij de zusters op de bewaar¬school terecht kun-nen. Toen hij jaren later in zijn opzet was geslaagd noteerde pastoor Kroonen niet zonder trots in zijn memoriaal: “In het gesticht zijn voor de gemeentenaren van Batenburg twee bewaarscholen voor jongens en meisjes en twee leerscholen voor meisjes waar gewoon laag onderwijs gegeven wordt, ook in nuttige en fraaie handwerken.”
Het Sint Jansgesticht en de zusters die het bevolkten zijn gedurende vijftig jaar van groot belang gebleven voor het onderwijs en de katholieke emancipatie van Batenburg. Ook het katholieke Demen aan de overkant van de Maas stuurde decennialang haar lagere school-meisjes met de veerpont naar de Batenburgse kloosterschool. Zo groot was het vertrouwen in het onderwijs van de zusters dat zelfs sommige Batenburgse protestanten hun meisjes bij hen op school deden.