Tijdens de Republiek (1600-1800).

In de 17e en 18e eeuw mocht alleen de hervormde godsdienst in Batenburg in het openbaar worden beleden. De grote meerderheid van katholieken werd geregeerd door een kleine protestante bovenlaag. De katholieke Batenburgers gingen over de Maas in Demen naar de kerk. Franciscaanse paters uit Megen bezochten de gelovigen vermomd als marskramers.

Het Batenburgs kasteel na de herbouw begin 17e eeuw. De Heren waren toen protestant.

Al vrij snel nadat Batenburg definitief bij de Republiek der Zeven Provinciën was ingelijfd is begonnen met de herbouw van het dorp, de kerk en het kasteel. Terwijl we eigenlijk, afgezien van het nog intacte oeroude stratenplan, niet weten hoe stad, kerk en kasteel er vóór 1600 uitzagen, is nog des te meer terug te vinden van hetgeen in de zeventiende eeuw is gebouwd. Het kasteel werd door Maximiliaan van Bronckhorst weer in volle glorie hersteld op de oude, ronde fundering en later door zijn schoonzoon de graaf van Horne nog aanzienlijk uitgebreid. Ook de kerk werd op zijn oude grondvesten herbouwd, zij het voor de protestante eredienst, zonder koor en met een veel bescheidener omvang. Alle nu bekende afbeeldingen van kerk en kasteel laten deze 17e eeuwse herbouwingen zien. Oudere afbeeldingen zijn (nog?) nergens opgedoken.

De oude heerlijkheid Batenburg was al die jaren stevig in handen gebleven van het huis van Bronckhorst-Batenburg, maar de macht van de katholieke kerk was er gebroken. De deken en kanunniken van het kapittel keerden niet terug. Daarvoor in de plaats werd in 1608 Wilhelmus Isfordink benoemd als eerste predikant van Batenburg. De enige officiële godsdienst in stadje werd de hervormde en de katholieken mochten hun geloof niet meer in het openbaar belijden. Hoewel tachtig procent van de Batenburgers katholiek was gebleven gingen ook het kerkgebouw en de kerkgoederen over in handen van de kleine protestante bovenlaag die ook alle belangrijke functies in het dorp ging bekleden. De katholieken lijken zich in dit lot te hebben geschikt, want in de twee eeuwen dat deze situatie bleef bestaan lijken katholieken en protestanten in redelijke harmonie naast elkaar te hebben geleefd. Daarbij zal de wijsheid van de protestante kerkmeesters een rol hebben gespeeld, die bereid bleken met hun diaconiegoederen ook de katholieke armen te ondersteunen.

In het kasteel van Hernen was lange tijd een schuilkerk. De Heren bleven katholiek.

In deze jaren was Maas en Waal een katholiek missiegebied ( de “Hollandse Missie”). De katholieken van Batenburg waren ingedeeld bij Hernen, waar op het kasteel een schuilkerk was ingericht in de oude ridderzaal. Daar verbleef vaak een Franciscaanse priester van het klooster in het Brabantse Megen. In dit stadje aan overkant van de Maas golden de beperkingen voor de katholieken niet en was in de eerste helft van de 17e eeuw een groot Franciscaner klooster gesticht (dat er nu nog staat). De priester kwam in burgerkleren en dit werd oogluikend of tegen een vergoeding door de schout toegestaan. Het beeldje van een monnik met een lantaarn dat nu in Hernen voor de kerk staat is een moderne knipoog naar die situatie van illegaliteit. In Batenburg zelf is in deze periode nooit een schuilkerk geweest.

Toch kerkten de Batenburgers zelf liever over de Maas in Demen. Dit omdat door hoge waterstanden de polderwegen tijdens een groot deel van het jaar onbegaanbaar waren. De enige weg naar Hernen liep dan via de Maasdijk en de Ruffelsdijk naar Leur en verder. Je was veel sneller over de Maas naar Demen dan helemaal rondom de natte polder naar Hernen. Over de vraag waar de katholieken van Batenburg hun kerkelijke plichten moesten vervullen ging in die tijd de bisschop van Luik. Die bepaalde in 1756 dat huwelijken in Hemen gesloten moesten worden, maar dat de pastoor van Demen alle overige zielzorg zoals huisbezoek, paascommunie en catechismuslessen moest waarnemen. Later werd dit weer herroepen en mocht de Demense pastoor ook in Batenburg huwelijken sluiten, biecht horen en de pauselijke zegen geven. Huwelijk, geboorte en overlijden van katholieke Batenburgers blijken in deze periode veelal in Hernen te zijn ingeschreven. Maar het kwam ook vaak voor dat deze gebeurtenissen in het protestante register van Batenburg werden ingeschreven of in de registers in Demen of, als het inwoners van het buurtschap Lienden betrof, in Niftrik. Dit maakt genealogisch onderzoek in deze streek vaak lastig.

De spanningen die de ongelijke verhoudingen tussen katholieken en protestanten onvermijdelijk opleverden werden in de negentiende eeuw manifest, toen de katholieken hun zelfvertrouwen hervonden. Zie daarvoor het volgende hoofdstuk.

Bronnen:
Uit Batenburgs verleden, Historische Vereniging Tweestromenland, 1972, Johan van Os.
Kerk en parochie Sint Victor in Batenburg, Uitgave t.g.v. het 100-jarig bestaan 1876-1976 van de parochiekerk, Batenburg, 1976.
Batenburg, Eeuwenlang Twistappel, H. van Heiningen, Uitgeverij de Kleijn, Wijchen, 1987.

Het 17e eeuwse Franciscaner klooster in Megen van waaruit Maas en Waal werd bediend.

Janus Kolen, herzien juli 2015.